Pieter Bruegel de Oudere,
Volkstelling te Bethlehem 1566.
Olieverf op paneel, 111 x 160 cm
Brussel, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten

Anoniem,Geboorte, ca. 1400
Paneeltje van het Reisaltaartje van Filips de Stoute
Antwerpen, Museum Mayer van den Bergh

Rogier van der Weyden, Bladelin altaarstuk, 1460
Olieverf op paneel, 91 x 89 en 91 x 40 cm
Berlijn, Gemäldegalerie

Rogier van der Weyden, Aanbidding van de koningen, middenpaneel van het Columba altaarstuk, ca. 1455
Olieverf op paneel, 138 x 153 cm
München, Alte Pinakothek

Het kerstverhaal in de middeleeuwse schilderkunst

In deze tijd worden de meeste religieuze kunstwerken bewonderd vanwege hun esthetische kwaliteiten. Ze zijn in musea terechtgekomen, los van hun context en los van hun oorspronkelijke doel. Dat doel kon tweeledig zijn: onderrichten van de ware kerkelijke leer, of aanzetten tot meditatie, tot overweging van de afgebeelde heilsgebeurtenis. Als de huidige beschouwer de reactie van de middeleeuwse gelovige wil herbeleven, komt hij voor een barrière te staan, omdat hij de codes van de voorstelling niet meer kent. Voor een goed begrip van de afbeeldingen zijn een aantal geschreven bronnen van belang.

De oorsprong van vele kerstvoorstellingen ligt in de evangelieverhalen. Uit Lucas 2,1-22 en Mattheus 2,1-12 krijgen we een aardig beeld van de manier waarop men dacht dat Maria zwanger geworden was, en hoe en waar de geboorte had plaatsgevonden.

veel details die ons vertrouwd zijn staan niet in de Bijbel

Veel details die ons vertrouwd zijn geworden staan niet in de bijbel, maar zijn terug te voeren op apocriefe evangeliën, visioenen en openbaringen, levensbeschrijvingen van Christus en Maria en allerlei middeleeuwse legenden. Aan de hand van uitgebreid beeldmateriaal zal ik daar in de lezing uitvoerig op ingaan.

Eeuwenlang maakte de Geboorte deel uit van een cyclus die begon met de Annunciatie en eindigde met de Opdracht in de tempel of met de Vlucht naar Egypte.

Het oerbeeld is een kind in de kribbe met os en ezel, soms met Maria en Jozef zittend op de voorgrond. De krib is een bed van stro, op een gemetselde stenen ondergrond, als een altaar, een zinspeling op het offer van de eucharistie. Het kind is als een mummie geheel in doeken gewikkeld, die alleen zijn gelaat vrijlaten.

De Byzantijns geïnspireerde voorstelling met Maria als liggende kraamvrouw - vaak bijgestaan door een of twee vroedvrouwen - verspreidde zich in de zesde en zevende eeuw over West-Europa en bleef populair tot de veertiende eeuw.
Op een enkele uitzondering na is er geen contact tussen moeder en kind. Langzamerhand, onder invloed van een meer persoonlijke geloofsbeleving, ontstaat in de gotische kunst een inniger relatie tussen moeder en kind. Maria omarmt het kind, doet het in bad en geeft het de borst.

Later verschuift de aandacht van het moment van de geboorte naar de aanbidding van het kind.

Er zijn twee typen voorstellingen: vertellend huiselijk en beschouwend religieus.

Het huiselijk type is vooral populair in de dertiende en veertiende eeuw. Hoofdthema in literatuur en schilderkunst uit die tijd is het vredige heilige huisgezin met de jonge, lieve Maria als maagdmoeder en de oude Jozef als zorgzame voedstervader.

Sinds het einde van de veertiende en vooral in de vijftiende eeuw ontstaat er naast de huiselijke voorstelling een beschouwend religieuze voorstelling. Hoofdzaak in dit type voorstelling is de aanbidding van het Christuskind door zijn ouders, de os en de ezel, de engelen, de herders en de koningen.

magiërs met Phrygische mutsen veranderen in drie met name genoemde koningen uit drie verschillende continenten

In het tweede deel van de lezing staat de Aanbidding van de Wijzen centraal en laat ik zien hoe de 'Wijzen uit het Oosten' uit het evangelie van Mattheus, die tot de tiende eeuw worden voorgesteld als magiërs met Phrygische mutsen, in de loop der tijden veranderen in drie met name genoemde koningen uit drie verschillende continenten.

Melchior, een blanke man uit Europa, Caspar, met een bruine huidskleur uit Azië, en Balthasar, de zwarte koning uit Afrika, brengen goud, wierook en mirre mee.

Goud voor Jezus de Koning, wierook als symbool van zijn goddelijke natuur en mirre als verwijzing naar zijn menselijkheid.

Ik sluit, net als op de allervroegste voorstellingen, de lezing af met de Opdracht in de tempel en de Vlucht naar Egypte.