Avià-altaarstuk, ca. 1200
Beschilderd antipendium, tempera op paneel, 107 x 177 cm
Barcelona, Museu d`Art de Catalunya

Psalter van Eleonora van Aquitanië, Fécamp, ca. 1180-1185
Perkament, Latijn, 232 x 169 mm
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek [KB, 76 F 13]
Folio 16 verso : Geboorte

Anoniem, Geboorte, Gelderland, ca. 1400
Tempera op paneel, 33 x 21 cm
Antwerpen, Museum Mayer van den Bergh

Salzburger Meester, Geboorte van Christus, ca. 1400
Beukenhout, 41 x 29,5 cm
Wenen, Österreichische Galerie Belvedere

Meester van Flémalle, Geboorte, ca. 1425
Olieverf op paneel, 87 x 70 cm
Dijon, Musé,e des Beaux-Arts

Gebroeders van Limburg, Très Riches Heures de Jean, duc de Berry,, 1412-1416
Perkament, 290 x 210 mm
Chantilly, Musée Condé
Folio 48 recto: Verkondiging aan de herders

Hugo van der Goes, Portinari-altaarstuk, ca. 1475
Olieverf op paneel, middenpaneel 253 x 304 cm
Florence, Uffizi

Geertgen tot Sint-Jans, Geboorte, ca. 1490
Olieverf op paneel, 34 x 25,3 cm
Londen, National Gallery

Die soete jesus lach int hoy

De oorsprong van vele kerstvoorstellingen ligt in de evangelieverhalen. Uit Lucas 2,1-22 en Mattheus 2,1-12 krijgen we een aardig beeld van de manier waarop men dacht dat Maria zwanger geworden was, en hoe en waar de geboorte had plaatsgevonden.

veel details die ons vertrouwd zijn staan niet in de Bijbel

Veel details die ons vertrouwd zijn geworden staan niet in de bijbel, maar zijn terug te voeren op apocriefe evangeliën, visioenen en openbaringen, levensbeschrijvingen van Christus en Maria en allerlei middeleeuwse legenden. Aan de hand van uitgebreid beeldmateriaal zal ik daar in de lezing uitvoerig op ingaan.

Eeuwenlang maakte de Geboorte deel uit van een cyclus die begon met de Annunciatie en eindigde met de Opdracht in de tempel of met de Vlucht naar Egypte.

het oerbeeld is een kind in de kribbe met os en ezel

Het kind ligt, stevig ingebakerd, in een sarcofaagachtige voederbak, een verwijzing naar zijn toekomstig lijden en sterven. Het kind is als een mummie geheel in doeken gewikkeld, die alleen zijn gelaat vrijlaten.

De Byzantijns geïnspireerde voorstelling met Maria als liggende kraamvrouw verspreidde zich in de zesde en zevende eeuw over West-Europa en bleef populair tot de veertiende eeuw. Aanvankelijk zijn die voorstellingen uiterst eenvoudig: Maria ligt op een bed of leunt achterover, en aan de voet ervan zit Jozef. Soms zit hij te slapen of te peinzen, een enkele keer is hij in gesprek met de kraamvrouw.

Op een enkele uitzondering na is er geen contact tussen moeder en kind. Langzamerhand, onder invloed van een meer persoonlijke geloofsbeleving, ontstaat in de gotische kunst een inniger relatie tussen moeder en kind. Maria omarmt het kind, doet het in bad en geeft het de borst.

Later verschuift de aandacht van het moment van de geboorte naar de aanbidding van het kind.

Jozef als zorgzame voedstervader

Zoals we zullen zien verandert ook de rol van Jozef. Zowel in zijn picturale als literaire uitbeelding van het kerstverhaal laat de middeleeuwer blijken dat hij Jozef beschouwt als een figuur van ondergeschikt belang.

Op de oudste voorstellingen wordt Jozef voorgesteld als een apathische oude man die terzijde staat of zit, en blijkbaar niet rechtstreeks bij de handeling betrokken is. In de literaire bronnen blijkt Jozef zelfs afwezig op het moment van de geboorte: hij is op zoek naar vroedvrouwen of hij heeft de stal verlaten om een of andere bezigheid van huishoudelijke aard te verrichten, zoals het halen van licht of vuur.

Geliefde motieven waren Jozef die pap kookt, het vuur aanwakkert, luiers wast en ze boven het vuur te drogen houdt of zorgt voor het badwater. Dit bakerwerk van Jozef heeft ongetwijfeld te maken met het middeleeuwse volkstoneel waarin Jozef vaak de rol van goedwillende maar onbeholpen huisvader krijgt toebedeeld.

Een heel aandoenlijk verhaal, dat in verschillende versies is overgeleverd, vertelt dat Maria en Jozef zo arm waren dat ze geen geld voor kleertjes hadden. Met een kous, ‘hose’ van Jozef moest de pasgeborene worden beschermd tegen de kou.

Joseph maect ons een papken soet

Op het aantrekkelijke paneeltje in het Museum Mayer van den Bergh in Antwerpen snijdt Jozef met een mes zijn uitgetrokken kous in windsels. De onbekende schilder heeft de blote voet duidelijk in beeld gebracht. De uitgetrokken schoen staat tegen het kraambed (matras) waarop Maria ligt Het naakte Jezuskind wordt door een vroedvrouw verzorgd. De enige warmte komt van de os en de ezel die hun snuit dichtbij Jezus houden zodat hun warme adem hem verwarmt.

Zowel in de schilder- als miniatuurkunst was het thema van de zorgzame Jozef zeer populair, getuige vele sprekende voorbeelden.

Onder invloed van de Moderne Devotie ontstond er grote aandacht voor alledaagse en huiselijke motieven, waardoor de beschouwer zich bij het mediteren gemakkelijker met de voorstelling kon identificeren.

Op dit kleine paneeltje in Wenen wordt afgebeeld hoe het badje voor het pasgeboren kind - in dit geval een houten tobbe - door twee kraamhulpen wordt klaargemaakt. De oude Jozef zit er peinzend bij. De gevlochten schutting van de stal gaat terug op een passage uit Het Psuedo-Bonaventura-Ludolfiaanse leven van Jezus die vertelt dat Jozef, die immers timmerman was, een soort kamerscherm vlocht van allerlei takken om aldus enige beschutting te bieden aan moeder en kind.

Het bad van de pasgeboren Jezus is lang onderwerp geweest van theologische discussies

Gezien de maagdelijke geboorte was het kind immers onbezoedeld ter wereld gekomen, en had het dus geen bad nodig. Als zo vaak werd ook voor dit probleem een spitsvondige oplossing gevonden: Het water was niet bedoeld om Jezus te wassen, het was juist andersom, het water werd door hem gezuiverd en werd daardoor tot symbool van het doopwater van de toekomstige christenen.

Een ander verhaal dat door de kerk heftig werd bestreden is het verhaal van de vroedvrouwen. Het meest uitgesproken voorbeeld is het paneel met de Geboorte van de Meester van Flémalle dat zich in het Musée des Beaux-Arts in Dijon bevindt.

het verhaal van de vroedvrouwen

In het apocriefe Evangelie van Pseudo-Mattheus gaat Jozef op zoek naar een vroedvrouw die Maria in haar kraamtijd kan bijstaan. Wanneer Jozef de vroedvrouw, Zelomi, heeft gevonden, neemt hij haar mee naar de grot. Bij hun aankomst heeft Maria haar zoon al gebaard. Zelomi is direct overtuigd van de maagdelijke zwangerschap en geboorte. Salome, een collega vroedvrouw twijfelt aan het voorval, maar als zij haar hand uitsteekt om Maria te onderzoeken verbrandt en verschrompelt die. Andere versies vermelden dat haar hand verlamd raakt of zelfs van de pols valt.

Birgitta Geboorte

Het motief van het naakte Jezuskind dat op de kale grond ligt, is afkomstig uit de Openbaringen over het leven en lijden van Jezus Christus en zijn roemrijke moeder, de maagd Maria van Birgitta van Zweden. Birgitta van Zweden (ca. 1302-1373) bezocht een jaar voor haar dood de geboortegrot onder de basiliek in Betlehem en kreeg toen een visioen van de geboorte van Christus.

Deze Birgitta-Geboorte of Nederige Geboorte wordt de vaste iconografie voor de rest van de vijftiende eeuw, religieus beschouwend in plaats van vertellend huiselijk. Maria ligt niet langer op een rustbed, maar heeft haar mantel afgelegd en knielt in aanbidding neer voor het naakte, licht uitstralende kind op de grond. De eerbiedwaardige oude Jozef draagt een kaarsje of een lantaarn, en engelen zweven jubelend rond of knielen in aanbidding neer.

‘Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.’

De Verkondiging aan de herders wordt verteld in Lucas 2: 8-16. Het werd pas sinds de veertiende eeuw gebruikelijk om daar een afzonderlijk tafereel aan te wijden.

De afbeelding van de Verkondiging aan de herders in de Très Riches Heures (Zeer rijke uren) van Jean duc de Berry is gebaseerd op de Franse versie van de Meditationes (die de hertog in zijn bezit had) waarin wordt verteld dat de herders hun ogen ten hemel opsloegen en er drie zonnen zagen staan die even later tot één enkele samenvloeiden.

Op de miniatuur beschut een van de herders zijn ogen tegen het felle licht. Samen met twee herders – waaronder een vrouw die met haar rechterhand naar de engelen wijst - kijken zij op naar vijf engelen met gouden nimbus die van een schriftrol het Gloria zingen. Twee groepjes van musicerende engelen flankeren het koortje.

Achter de heuvel zien we andere herders met hun kudde, en een stad (volgens sommige kunsthistorici de Franse stad Poitiers) die Bethlehem moet voorstellen.

Ze haastten zich erheen en vonden Maria en Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag

De toevoeging van de herders in het geboorteverhaal heeft een theologische reden: een getuige moet instaan voor de waarheid van het verhaal. Het motief van de arme herders die als eersten werden uitverkoren om de Verlosser te zien, komt al voor op oude kerstvoorstellingen en leidt bij een schilder als Hugo van der Goes tot de uitbeelding van prachtige volkskoppen. Het zal duidelijk zijn dat de middeleeuwse volksmens zich gemakkelijk verwant kon voelen met de uitverkoren arme herders.

de binnenkomst van het gespuis

Toen dit schilderij in Florence aankwam waren de reacties niet positief, integendeel. Dit gold bij uitstek voor de groep van de herders, wel eens 'de binnenkomst van het gespuis genoemd'. 'Hoe ruw ze ook lijken, ze bezitten een grote mate van aandoenlijkheid door de combinatie van boersheid en kinderlijke verbazing', aldus Dirk de Vos.

Hugo van der Goes volgt nauwgezet het visioen van Birgitta van Zweden waarin zij beschrijft hoe Maria in een oogwenk haar kind ter wereld brengt en – ik citeer: 'Terzelfdertijd zag ik dat heerlijke, naakte en allerkleinste Kindje op de grond liggen. Zijn lichaampje was vrij van iedere smet en onreinheid. Ik vernam ook het gezang der engelen, dat buitengewoon liefelijk en zoet was.

Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld

De gekerstende variant van de Sol Invictus, de pasgeboren Jezus als Lux Nova, het licht der wereld, wordt het sprekendst verbeeld door de Haarlemse schilder Geertgen tot Sint-Jans op het kleine paneeltje – het schilderij was oorspronkelijk groter - in de National Gallery in Londen.

Linksboven zien we de verkondiging aan een groepje herders bij een kampvuur. Uiterst rechts valt de gestalte van Jozef te ontwaren. In het midden van de voorstelling knielt Maria voor haar pasgeboren naakte kind in de kribbe, met daarachter de enorme koppen van de os en de ezel. Links zien we vijf engelen die het kind aanbidden.

Het is merkwaardigerwijs een van de weinige nachtelijke geboortevoorstellingen, maar het meest opvallende kenmerk van dit mysterieuze schilderijtje is het Jezuskind als de belangrijkste lichtbron. Geertgen baseert zich niet op Lucas, maar op vers 9 van de proloog van het evangelie van Johannes: Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld.