Apocalyps, ca. 1400
23 Miniaturen 19 x 26 cm
Folio 4: Het hemelse hof en de hemelse liturgie
Parijs, Bibliothèque Nationale

Lambertus van Saint-Omer, Liber Floridus, 1460
Vervaardigd in Rijsel en Ninove
Gekleurde tekeningen, Latijnse tekst
Folio 12 recto: De zesde engel blaast op de bazuin
Den Haag, Koninklijke bibliotheek

Historiebijbel,Utrecht, ca. 1430
Nederlands, miniaturist Claes Brouwer
Kolomminiaturen, 65 x 90 mm
Folio 283 recto: Het visioen van Babylon: hoer op het beest met zeven koppen.
Den Haag, Koninklijke bibbliotheek

Hans Memling, De mystieke verloving van de H. Catharina, 1475-79
Olieverf op paneel
Rechterluik, Johannes de evangelist op Patmos
Brugge, Sint-Janshospitaal

De Apocalyps of Openbaring van Johannes

Het Griekse woord Apokalupsis betekent openbaring, onthulling, het wegnemen van een bedekking. Het Latijnse revelatio, ontsluiering, is nog welsprekender. In dit boek wordt de ene sluier na de andere weggenomen. Het onthult wat spoedig moet gebeuren.

Het opschrift in de Griekse handschriften Apokalupsis Jooannou behoort niet tot de oorspronkelijke tekst en is later voor het boek geplaatst. De functie ervan is te vergelijken met die van de rugtitel van onze boeken.

De schrijver - die zichzelf Johannes noemt - heeft zijn boek, dat hij nadrukkelijk als een profetie bestempelt, de vorm gegeven van een brief.
Al sinds de tweede eeuw wordt hij door de overgrote meerderheid van de exegeten vereenzelvigd met de apostel en evangelist Johannes, de schrijver van het vierde evangelie.

Over de datering bestaat sterke consensus: het boek Apocalyps is geschreven in 95/96 na Christus, tijdens de regering van keizer Domitianus. Tijdens zijn regering groeide de keizercultus uit tot officiële staatsreligie.

De Apocalyps of Openbaring van Johannes, is een lange visionaire troostbrief voor vervolgden.

Geen ander geschrift verwoordt zo indringend het besef dat de wereld voor en catastrofe staat en beschrijft tegelijkertijd zo overtuigend de stralende toekomst die wacht na de laatste strijd. De Apocalyps heeft weerklank gevonden tot ver buiten de christelijke gemeenten die Johannes heeft willen troosten. Door de eeuwen heen heeft het boek kunstenaars en rebellen, fanaten en fantasten geïnspireerd.

Aan de hand van uitvoerig beeldmateriaal uit de late middeleeuwen volgen wij de tekst van Johannes hoofdstuk na hoofdstuk, vers na vers.

Vertrouwde beelden en vreemde, duistere beelden krijgen daardoor meer inhoud en zeggingskracht. We hopen iets meer te ontsluieren van dit fascinerende geschrift.

De zogenaamde Apocalyps in Dietsche vormt het onderwerp van de eerste lezing.

In de Nationale Bibliotheek van Parijs wordt onder nummer BN néerlandais 3 een puntgave geïllustreerde Apocalyps bewaard, de oudste van ons taalgebied en uitzonderlijk van opzet zowel als uitvoering.
Het handschrift werd omstreeks 1400 in West-Vlaanderen vervaardigd. Het bevat de West-Vlaamse vertaling van de Apocalyps aangevuld met de glos van Berengaudus, een verder onbekende schrijver waarvan men nog steeds niet weet of hij thuishoort in de negende dan wel in de elfde eeuw.

De tweeëntwintig hoofdstukken van de Apocalyps worden voorafgegaan door een paginagrote miniatuur van ongeveer 19 bij 26 cm. De eerste bladzijde is gewijd aan scènes uit het leven van Johannes.
Illustratie en hoofdstukken kloppen perfect. Ik lees bij iedere miniatuur het bijpassende hoofdstuk.

In de tweede lezing worden enkele motieven toegelicht

In de tweede lezing geef ik, na een korte samenvatting van de eerste lezing,een uitgebreide toelichting bij een aantal motieven. Het beeldmateriaal is afkomstig uit het Liber Floridus, van Lambert de Saint-Omer, uit een Utrechtse Historiebijbel, en uit het Noord-Franse manuscript Apocalyps en images.

In Johannes de evangelist op Patmos vat Hans Memling de hele Openbaring in één tafereel samen.
Wat Hans Memling hier doet is nieuw en gewaagd. Hij brengt één hoofdtafereel en een aantal bijtaferelen bijeen boven een hoog oplopend panorama van zee en land, dat volmaakt aansluit op de barre, eenzame rots van Patmos op de voorgrond.

Er is, aldus Frits van der Meer, in de hele kunstgeschiedenis geen kalmere ziener dan de Johannes van Memling.

'Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het.'

Dit zijn de beginregels van In de schaduwen van morgen. Een diagnose van het geestelijk lijden van onze tijd, het boek dat Johan Huizinga schreef in 1935.
Wij weten allemaal waartoe die bezeten wereld heeft geleid.
Huizinga eindigt zijn boek, net als Johannes bijna tweeduizend jaar eerder, met een oproep tot bekering.

Een passend citaat om de lezingen mee af te sluiten:
'Er moet een mogelijkheid van bekering en ommekeer zijn in de gang der beschaving, en wel dan, wanneer het de erkenning of terugvinding van eeuwige waarden betreft, die buiten de stroom van ontwikkeling en verandering staan. Om zulke waarden is het thans te doen.'