Gebroeders van Limburg,Très Riches Heures de Jean, duc de Berry
Februari
Chantilly, Musée Condé

Grimani brevier, Gent/Brugge, 1510-1520
April, 23 x 17 cm
Miniaturist: Gerard Horenbout
Venetië, Biblioteca Marciana

Psalter van Fécamp, Normandië, ca. 1180
Perkament, Latijn
Kalenderminiaturen 232 x 169 mm
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek
Folio 9 verso: September

Getijdenboek, Bisdom Luik (Maastricht?), ca. 1500-1525
Miniaturist: Franciscus Verheyden
Perkament, 139 x 91 mm, Latijn en Nederlands
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek
Folio 10 recto: September

Kalenderminiaturen in middeleeuwse getijdenboeken

Middeleeuwse getijdenboeken beginnen traditiegetrouw met een eeuwigdurende kalender, die fungeerde als geheugensteun voor de kerkelijke feestdagen en heiligendagen van het jaar.

Kalenders zijn essentieel in de christelijke liturgie: het liturgische jaar verloopt immers niet alleen lineair maar is ook en vooral cyclisch. Jaarlijks komen dezelfde feestdagen terug en herinnering speelt een fundamentele rol.

Eenvoudig waren dergelijke kalenders niet. In feite waren het gecompliceerde rekenmodellen - gebaseerd op de Romeinse kalender - die je moest begrijpen om te kunnen berekenen op welke dag de sterfdag van een heilige viel, of wanneer Pasen gevierd diende te worden. In de lezing zal ik het rekenmodel aan de hand van voorbeelden proberen uit te leggen.

Werken van de Maand

De meeste aandacht gaat echter uit naar de bijbehorende miniaturen met voorstellingen van agrarische werkzaamheden - de Werken van de Maand - en religieuze en wereldlijke bezigheden die passen bij de maanden en de seizoenen. Bovendien werd er in of bij de kalendervoorstelling een bijbehorend teken van de dierenriem afgebeeld.

Hoogtepunt van de lezing vormen de bladvullende kalenderminiaturen uit de Très Riches Heures, het luxueuze getijdenboek van Jan, hertog van Berry, vervaardigd door de Gebroeders van Limburg aan het begin van de vijftiende eeuw.

De Très Riches Heures heeft een belangrijke invloed gehad op kalenderminiaturen in getijdenboeken uit latere tijd.

De kalenderminiaturen uit het Breviarium Grimani, toegeschreven aan Gerard Horenbout, zijn duidelijk op die van de Gebroeders van Limburg geïnspireerd.

Gerard Horenbout, hofschilder van de landvoogdes van de Nederlanden, aartshertogin Margaretha van Oostenrijk, heeft ook meegewerkt aan het Breviarium Mayer van den Bergh en het zogenaamde Rothschild-brevier, nog twee prachtige voorbeelden uit de bloeitijd van de Gents-Brugse miniatuurkunst, de periode tussen 1480 en 1520.

Getijdenboeken waren toentertijd een populair luxeobject voor de stedelijke elite in de economisch bloeiende handelssteden van de Nederlanden en niet langer het privilege van de adel.

Het vroegste voorbeeld komt uit het zogenaamde Psalter van Fécamp

Het vroegste voorbeeld komt uit het zogenaamde Psalter van Fécamps uit het einde van de twaalfde eeuw.

Het getijdenboek werd enorm populair vanaf de veertiende eeuw. Vóór die tijd was het psalter, een boek met de tekst van de honderdvijftig psalmen, het belangrijkste gebedenboek voor leken. Evenals de latere getijdenboeken worden ook psalters in opdracht van vermogende opdrachtgevers dikwijls van een uitvoerige versiering voorzien.

Een fraai voorbeeld van zo'n verlucht psalter is het Psalter van Fécamp, dat rond 1180 in Normandië is vervaardigd. De kalender bevat een aantal heiligen die speciale verering genoten in het klooster Fécamp, hetgeen aannemelijk maakt dat de opdrachtgeefster in de buurt van die plaats woonachtig was.

Het meest opmerkelijke in deze verluchting zijn de bladgrote miniaturen in de kalender - uitgevoerd in de zogenaamde Kanaalstijl vanwege de sterke Engelse invloed op de Franse verluchters van die tijd - die hier in de plaats komen van de gebruikelijke, veel kleinere, gehistorieerde initialen. Dergelijke series komen pas vanaf de vijftiende eeuw voor.

De in deze miniaturen uitgebeelde 'Werken van de maand' bevatten een van oudsher in zwang zijnde combinatie van het harde werk van boeren op het land en het aangename tijdverdrijf van de adel.

september:
ploegen en zaaien
oktober:
wijnoogst

In Franse en Italiaanse manusripten vindt de druivenoogst plaats in september, de zevende maand in de oude Romeinse kalender. In Vlaamse kalenders hoort de druivenoogst bij oktober. In september - de herfstmaand - wordt traditioneel het land geploegd en geëgd en het wintergraan ingezaaid.

In de kalender van het psalter worden de Werken van de maand vrij schematisch afgebeeld. Ter vergelijking laat ik meer vertellende scènes zien uit het Breviarium Mayer van den Bergh en uit een klein Getijdenboekje - 14 bij 9 cm - voor gebruik in het bisdom Luik. De miniaturist is Franciscus Verheyden. De zogenaamde strooirand in Gents-Brugse stijl wijst op een Vlaamse herkomst. De opdrachtgever was waarschijnlijk afkomstig uit Maastricht.

In de ondermarge wordt Libra, Weegschaal afgebeeld, het teken uit de Dierenriem of Zodiak van 23 september tot 22 oktober. Alle andere dierenriemtekens stellen menselijke of dierlijke figuren voor.