Belles Heures de Jean, duc de Berry, 1405 – 1409
Tempera en goud op perkament, 239 x 168 mm
New York, Metropolitan Museum of Art
Folio 30: Annunciatie

Très Riches Heures de Jean, duc de Berry, 1412-1416
Gebroeders van Limburg en Jean Colombe
Perkament, 225 x 136 mm
Chantilly, Musée Condé
Folio 1 verso: Januari

Folio 14 verso: Anatomische mens

Folio 60 verso: Kroning van Maria

Folio 11 verso: November
Het timpaan is door de Gebroeders van Limburg geschilderd.

Gebroeders van Limburg: Nijmeegse meesters aan het Franse Hof

De titel van de lezing is ontleend aan de in 2005 gehouden tentoonstelling Gebroeders van Limburg: Nijmeegse meesters aan het Franse hof, 1400 - 1416 in Museum Het Valkhof in Nijmegen.

Herman, Paul en Johan, in de kunstgeschiedenis bekend als de Gebroeders van Limburg, werden tussen 1385 en 1388 in Nijmegen geboren als zonen van de beeldsnijder Arnold van Limburg en Metta van Maelwael. Johan Maelwael / Jean Malouel, broer van moeder Metta, officieel hofschilder van Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, haalde zijn neefjes naar Parijs waar ze in 1402 in dienst traden van Filips de Stoute. Na het overlijden van Filips de Stoute in 1404 kwamen ze in 1405 in dienst van hertog Jean de Berry, broer van Filips de Stoute en van Karel V, koning van Frankrijk.In de zomer van 1410 vestigden de Gebroeders van Limburg zich definitief aan het hertogelijk hof. In 1416 stierven zowel de hertog als de drie broers, waarschijnlijk tijdens een (pest)epidemie.

Belles Heures
de Jean
Duc de Berry

De eerste opdracht van de hertog aan de Gebroeders van Limburg betrof een uitzonderlijk manuscript dat tegenwoordig als de Belles Heures du Duc de Berry bewaard wordt in het Metropolitan Museum of Art in New York. De wording van het manuscript nam ongeveer drie jaar in beslag, van 1405 tot eind 1408 of begin 1409.

De Annunciatie en Het hemelse hof worden als de mooiste miniaturen van het getijdenboek beschouwd en moeten, volgens Millard Meiss, aan Paul moeten worden toegeschreven.

Très Riches Heures
de Jean
Duc de Berry

In 1411 gaf de hertog Paul en zijn broers de opdracht om een Getijdenboek te maken dat alle voorgaande exemplaren in schoonheid zou overtreffen. Dat boek, in de inventaris van de hertog Très Riches Heures / Zeer Rijke Uren genoemd, wordt tegenwoordig bewaard in Musée Condé in Chantilly.

Het getijdenboek begint zoals gewoonlijk met een eeuwigdurende kalender, met op de versozijde paginagrote afbeeldingen van de zogenaamde Werken van de maand.

kalender met
Werken van de maand

Afbeeldingen bij de maand januari laten meestal een man bij een haardvuur zien, al dan niet met een bord warm eten op schoot. In de Très Riches Heures is bij deze maand de hertog zelf geportretteerd, zittend aan een luxueus gedekte tafel en omringd door fraai uitgedoste hovelingen. Jean de Berry – begin 60 jaar oud - is hier afgebeeld op de 'jour des estrainnes' de dag dat men bij gelegenheid van het nieuwe jaar geschenken uitwisselde.

Jean de Berry bezat zeventien paleizen, kastelen en residenties waar hij beurtelings verbleef en waarvan er een groot aantal in de Très Riches Heures staan afgebeeld.

De landbouwwerkzaamheden van oktober worden verricht op de akkers langs de linkeroever van de Seine. We zien het Louvre, residentie van de Franse koningen, dat ten tijde dat deze miniatuur ontstond, werd bewoond door Karel V, de broer van Jean de Berry. De verschillende details van het gebouw zijn zo zorgvuldig weergegeven dat men met behulp van deze afbeelding in later tijd een maquette van dit inmiddels verwoeste Louvre heeft kunnen vervaardigen.

miniaturen 'hors texte'

Acht miniaturen waarvoor oorspronkelijk in het handschrift geen plaats was ingeruimd worden beschreven als 'hors texte' omdat ze niet in verband gebracht kunnen worden met enig tekstgedeelte. Ze zijn geschilderd op folia die later – men weet niet waarom – aan het handschrift werden toegevoegd. Folio 14 verso met de zogenaamde Anatomische mens is er een van. De titel van de miniatuur is in zoverre misleidend dat niet de anatomie maar de astrologie er het thema van vormt. De voorstelling brengt de betrekkingen in beeld die er zouden bestaan tussen het menselijk lichaam en de tekens van de dierenriem. Volgens de tekst in de vier hoeken zijn de sterrenbeelden te verdelen in groepjes van drie die corresponderen met de vier temperamenten die worden bepaald door de vier lichaamsvochten.

De voorstelling is in geen enkel ander getijdenboek aangetroffen. Gezien de betrekkingen tussen de dierenriem en het zonnejaar kan men haar beschouwen als een supplement op de kalender.

terug naar de traditionele voorstellingen

In de lezing komen drie typische voorstellingen aan de orde. De miniatuur met de Kroning van Maria, folio 60 verso, staat bij de completen, de laatste gebeden van de Getijden van de heilige Maagd. Maria knielt met gebogen hoofd voor haar Zoon die een zegenend gebaar maakt met de rechterhand. Volgens de Franse iconografie is het niet Christus maar een engel die de kroon op Maria's hoofd plaatst.

Millard Meiss:

'In tegenstelling tot de meeste verluchters wilden de Gebroeders van Limburg de aandacht van de beschouwer niet afleiden naar de randversiering door deze te vullen met een rijke variatie aan bladmotieven en aan de fantasie ontsproten wezens. Zij hadden bovendien zoals wij zagen geen opleiding tot verluchters genoten: twee van hen waren goudsmeden en Paul, de meest begaafde onder hen ontleende zijn kennis in hoofdzaak aan zowel Italiaanse als Franse paneelschilderingen.'

De grijze en zwarte tonen waarin de Gebroeders van Limburg de Dood van Jezus, folio 153 recto, hebben geschilderd zijn een weergave van de duisternis die volgens Mattheus bij de dood van Christus over het hele land viel.

Nachtelijke taferelen waren al bekend in de Italiaanse schilderkunst van de veertiende eeuw, maar de weergave van de Bijbelse zonsverduistering is een vinding van de Gebroeders van Limburg . Het nieuwe idee kwam ongetwijfeld voort uit persoonlijke ervaring, want op 19 juni 1406 vond er direct boven Parijs een totale zonsverduistering plaats.

De uiterst luxueuze opzet van het handschrift komt niet alleen tot uiting in de vele bladvullende miniaturen, maar ook in de talrijke kolombrede miniaturen die bij kleine onderdelen van de tekst zijn aangebracht. Onder deze kleine miniaturen zijn er enkele die een zeer ongebruikelijke vorm hebben, omdat ze, zoals op folio 37 verso: Doopsel van de heilige Augustinus het geval is, een stuk van twee tegenover elkaar gelegen schriftkolommen innemen.

Aangezien het schrijven van de tekst voorafging aan de uitvoering van de verluchting, moeten de aanwijzingen al tijdens het schrijven gegeven zijn. Uit dergelijke details valt op te maken dat er een nauwe samenwerking moet hebben bestaan tussen de ontwerper van het handschrift - waarschijnlijk een van de Gebroeders van Limburg - en de kopiist die de tekst afschreef. Meer nog dan in de voorafgaande getijdenboeken van Jean de Berry speelde in deze opdracht de verluchting een overheersende rol.

Tot slot:
enkele miniaturen van Jean Colombe

Door de dood van Jean de Berry op 15 juni 1416 – hij was toen zesenzestig - en het vroegtijdig overlijden van alle drie de broers in datzelfde jaar bleef de Très Riches Heures voor de helft onvoltooid. In de loop van de vijftiende eeuw zou de miniaturist Jean Colombe het werk voltooien.

Het document met de opdracht van hertog Charles I van Savoie om aan Jean Colombe 25 kronen uit te betalen voor de voltooiing van de Très Riches Heures is gedateerd 31 augustus 1485.

De hertog van Savoie heeft zich niet lang in het bezit van de Très Riches Heures kunnen verheugen. Hij overleed in 1489, en omdat hij geen kinderen had gingen zijn bezittingen over op zijn neef Philibert le Beau. Ook deze stierf kinderloos en het handschrift werd eigendom van zijn weduwe Margaretha van Oostenrijk, dochter van keizer Maximiliaan. Toen Margaretha van Oostenrijk als regentes naar de Nederlanden vertrok, nam zij een groot aantal handschriften uit het bezit van het huis Savoie – waaronder de Très Riches Heures - met zich mee naar haar residentie in Mechelen.

Daar zou het getijdenboek bijna honderd jaar later de inspiratiebron vormen voor de kalender in het Grimani brevier. Maar daarover meer in:Grimani brevier: reus onder de Vlaamse manuscripten