Gildenboek van de barbiers-chirurgen van York, Engeland, 1486
Perkament, Latijn en Engels, 275 x 195 mm
Londen, British Library [Egerton 2572]
Folio 51 verso: De vier humores

Rhazes (Al-Razi), Liber medicinalis Almansoris, Italië, 1300-1320
Perkament, Italiaans
Florence, Biblioteca Laurenziana [MS. Plut. 73,43]
Folio 6 verso: Rasis onderzoekt pols en urine

Rolando da Parma, Chirurgia, Amiens, 1ste kwart 14de eeuw
Perkament, Frans, 235 x 160 mm
Londen, British Library [Sloane 1977]
Folio 2 recto

Rolando da Parma, Chirurgia, Noord-Italië, ca. 1290
Perkament, Latijn
Rome, Biblioteca Casanatense [Ms. 1382]
Folio 25 verso

Aldobrandino da Siena, Régime du corps, Rijssel, ca. 1265-70
Perkament, Waals dialect, 295 x 190 mm
Londen, British Library [Sloane 2435]
Folio 8 verso

Aldobrandino da Siena, Régime du corps, Rouen, ca. 1440-1450
Perkament, Frans, 260 x 180 mm
New York, The Morgan Library [Ms. M. 0165]
Folio 17 recto

Dunois Getijdenboek, Parijs, ca. 1440 -1450
Perkament, Latijn met Franse kalender, 135 x 95 mm
Londen, British Library [Yates Thompson 3]
Folio 211 recto (ondermarge

Bitterzoete balsem
Geneeskunde in de middeleeuwen

Het menselijk lichaam kent vier humoren, lichaamssappen: phlegma (slijm), cholus (gele gal), sanguis (bloed) en melancholia (zwarte gal). Naargelang ieder van deze humoren in het lichaam overheerst, ontstaan vier mensentypen of temperamenten: flegmatici, cholerici, sanguinici en melancholici. (In ons huidig taalgebruik is van deze leer nog heel wat be-waard.)

in een gezond lichaam zijn de vier humoren in harmonie

In een gezond lichaam zijn de vier humoren in harmonie, bij verstoring van het evenwicht treedt er ziekte op. De verstoring wordt veroorzaakt door een stof, die dan ook uit het lichaam moet worden verwijderd. Tot zover is alles simpel. Gaandeweg ontstond rond ieder temperament een complex netwerk door planeten, dierenriemtekens, seizoenen, leeftijden, uiterlijk, karakter enz. erbij te betrekken.

Op Folio 51 verso in het Gildenboek van de barbiers-chirurgen van York zien we een tekening met het hoofd van Christus omgeven door vier mannelijke figuren als personificaties van de vier humoren. Zij hebben banderollen in de hand waarop wordt verwezen naar het verband met de seizoenen en de elementen.

doctores medicinae
chirurgijns
barbiers
crudenmannen
of apothekers

Erwin Huizinga in Bitterzoete balsem: Bovenaan in de medische rangorde stonden de artsen, de doctores medicinae. De titel doctor duidde erop dat zo iemand na lange studie een graad aan de universiteit had behaald. De studie was zwaar, en duurde doorgaans lang (vijftien jaar was geen uitzondering). Artsen behandelden een relatief klein deel van de zieke bevolking. Zij werkten vooral voor koningen, de adel, pausen en bisschoppen. De artsen hielden zich voornamelijk bezig met de interne geneeskunde. Door het voorschrijven van medicamenten en diëten probeerde men de verschillende interne ziekten te genezen. De twee belangrijkste manieren voor diagnose waren het voelen van de pols en het onderzoeken van de urine.

polsvoelen
en
piskijken

De uroscopie of piskijken was in de middeleeuwen de meest gebruikte diagnosemethode. Volgens Isidorus van Sevilla betekent urine ‘tonen’, omdat het piskijken ons inlicht over de toestand van de ingewanden. Het urinaal bezat een typische vorm die is geïnspireerd op de vorm van de waterblaas. Het heffen van het urinaal is tot een typisch medisch gebaar geworden en aan de pisbokaal in de hand herkent men de geneesheer op afbeeldingen uit de middeleeuwen en uit latere tijd.

Op folio 6 verso van de Italiaanse vertaling van het Liber medicinalis Al-mansoris, een negende-eeuws geschrift van de beroemde Perzische dokter Muhammed al-Razi, ook bekend als Rhazes of Rasis, zien we de twee diagnosemethoden afgebeeld.

Tot ver in de late middeleeuwen werden de meeste chirurgen opgeleid in een gilde, als leerling bij een leermeester. De leermeester bracht zijn vaardigheden over op de gezel, die vaak jarenlang stage liep. Bij het examen moest de aankomend chirurg weten hoe hij verstuikingen, verzwikkingen en uit de kom gerukte armen of benen (dislocaties) kon behandelen. Verder moest hij laten zien dat hij kennis had van de verschillende soorten geneesmiddelen en hun specifieke werking, en moest hij een schedelboring kunnen uitvoeren.

handboeken chirurgie

Rolando da Parma was een belangrijke vertegenwoordiger van de zogenaamde chirurgische school van Salerno. Hij schreef zijn invloedrijke Chirurgia in 1230.

In de British Library in Londen bevindt zich een zeer rijk geïllustreerd manuscript met de Franse vertaling van dezelfde tekst uit het begin van de 14de eeuw.

Bovenaan folio 2 recto zien we drie scènes uit het Leven van Christus: Annunciatie, Visitatie en Geboorte. Dit is het enige manuscript waarin scènes uit het Leven van Christus gecombineerd worden met afbeeldingen van ziektes en medische ingrepen. De zes afbeeldingen illustreren de opeenvolgende fases van een operatie van een schedelbasisfractuur door een chirurgijn in een lang, mouwloos bovenkleed.

Advies aan de chirurg: Eer ge begint te boren of te slaan of te schrapen stop eerst de oren van de gewonden met katoen of met andere dingen en geef ook de gewonden een handschoen tussen zijn tanden, want met schrapen of slaan of boren kan het geluid de gewonde zeer deren.

vanden steen
in der
blasen

De miniaturen in het manuscript dat nu in Rome wordt bewaard worden beschouwd als de vroegste voorbeelden van wetenschappelijke illustraties. Zoals de afbeelding met een operatie vanden steen in der blasen laat zien, laten de miniaturen niets aan de verbeelding over!

Veel mensen leden aan steenvorming in de blaas, die de urinewegen blokkeerde. Dit leidde tot ondraaglijke pijnen. Met een gevaarlijke ingreep, waarbij vaak de blaas werd beschadigd, werd geprobeerd om de steen te verwijderen. Niet zelden overleed de patiënt aan infecties. Omdat dit een erg riskante operatie was, werd het meestal overgelaten aan een categorie specialisten, de zogenaamde steensnijders. Zij waren trots op hun beroep, en bewaarden hun beroepsgeheim zorgvuldig.

Een operatie werd pas uitgevoerd als andere middelen niet hielpen. In Herbarijs, een Kruidboek uit 1351 worden verschillende middelen – voor zowel inwendig als uitwendig gebruik - aangeraden: Verbena officinalis, ijzerkruid, gekookt in wijn laat goed urine maken. Of gestampt en op de blaas gelegd helpt de steen te breken.

Aldobrandino da Siena
Régime du corps

Aldobrandino da Siena waarschuwt in zijn Régime du corps (1256) voor te hoge verwachtingen ten aanzien van de geneeskunde: Laat je niet wijsmaken dat de geneeskunde een wetenschap is die de mens ooit het eeuwige leven zal schenken. Haar taak is eerder de mens bij te staan tot aan de natuurlijke dood.

Aldobrandino schreef het manuscript in het Frans in 1256. Het werd later vertaald in het Latijn, Italiaans, Catalaans en Diets. Er zijn tientallen, vaak prachtig geïllustreerde manuscripten vervaardigd en bewaard gebleven.
Ik laat afbeeldingen zien uit een manuscript in de British Library dat ongeveer 10 jaar na het origineel vervaardigd werd, en uit een manuscript in de Morgan Library uit het midden van de vijftiende eeuw.

Zoals de titel aangeeft handelt het Régime du corps niet alleen over ziekten en hun behandelmethoden, bijvoorbeeld verschillende methoden van aderlaten, de meest toegepaste therapie.

in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, waren de middeleeuwse mensen hygiënisch

De meeste hoofdstukken gaan over aanwijzingen om het lichaam gezond te houden, waarbij hygiëne een belangrijke rol speelt. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, waren de middeleeuwse mensen hygiënisch. De middeleeuwers gingen regelmatig in bad of wasten zich (met zeep), kamden hun haren en poetsten hun tanden. De kleding werd gewassen of regelmatig gelucht. In de middeleeuwse geschriften wordt ook melding gemaakt van zitbaden (bidet) voor vrouwen.

Deze gehistorieerde initiaal P met een man en een vrouw die elkaar aankijken vanuit een badkuip, staat aan het begin van het hoofdstuk over Baigner, Baden

Wassen werd als een medicijn beschouwd, vooral voor kinderen en bejaarden. Zij kregen de raad frequenter te baden – tot twee of drie keer per week – dan mensen in de kracht van hun leven. Een lauw bad werd ideaal beschouwd om de lichaamssappen opnieuw in evenwicht te brengen.

hoe men met een vrouw moet slapen

Deze miniatuur staat bij het hoofdstuk De aler a femme, Hoe men met een vrouw moet slapen. Het is geen handboek om het genot van de geslachtsdaad te optimaliseren, maar het gaat over de beste manier om een kind te verwekken en het lichaam zo gezond mogelijk te houden.

De begeleidende tekst is aan de mannelijke lezer gericht: Hij die verstand en inzicht heeft, moet proberen te begrijpen en alle pogingen daartoe doen, om te leren hoe men met een vrouw cohabiteert, want dit is één van de belangrijkste manieren om de gezondheid te behouden, en wie dit niet regelmatig doet, heeft een lichaam dat niets waard is.

Volgens de auteur van de Sidrac is het bevredigen van lichamelijke behoeftes aan de ene kant schadelijk voor de ziel, maar is het wel bevorderlijk voor de gezondheid. Aan de andere kant is te frequente seks fataal voor de man, want hij verliest dan te veel van zijn natuurlijke warmte en droogte. De hitte in zijn lichaam wordt door overdadig masturberen of copuleren van het hoofd naar het kruis getrokken, waardoor (vroege) kaalheid ontstaat.

Der vrouwen heimelijcheit uit de vroege veertiende eeuw meldt dat seks vooral gezond is voor jonge vrouwen, die er van nature naar verlangen. Geheelonthouding kan voor hen zelfs dodelijk zijn.

Als de bijslaap niet wou lukken konden zowel mannen als vrouwen hun toevlucht nemen tot wat we de viagra van de middeleeuwen zouden kunnen noemen, asperges bijvoorbeeld, of alruin. Tot de magische kracht van de alruin behoorde ook – hoe tegengesteld dat ook moge klinken - het tegengaan van overmatig libido. De geleerde twaalfde-eeuwse heilige Hildegard van Bingen geeft een uitgebreid ‘recept’.

Als niets of niemand meer kan helpen…wordt de priester geroepen voor het toedienen van de Laatste Sacramenten: Biecht, Communie en Laatste Oliesel.